Kabouter Hugo, de Satansboletenteller

Lang , lang, heel lang geleden was er een kabouter. Kabouter Hugo. En kabouter Hugo was niet zo maar een kabouter, het was een mycoloog. En dat is niet eng jongens en meisjes, helemaal niets om bang van te zijn. Het is gewoon een kabouter die ontzettend veel verstand van paddenstoelen heeft. Niet echt onhandig als je kabouter bent zou je zeggen.

Kabouter Hugo was wel een beetje een vreemde floeper. Als je hem recht in de ogen zou kijken, zou je je afvragen of ie niet af en toe een hallucinogeen zwammetje door zijn bordje eikeltjes foefelde. En als je hem over de bospaden zag lopen dan zou je zeggen dat het geen kabouter was. Zijn rode laarsjes met gesp aan de zijkant droeg ie zelden. Meestal liep ie rond op klompjes met slangenprint, of werkschoentjes met opzichtige dessin. Andere kabouters waarschuwden hem vaak. Doen niet zo raar kabouter Hugo, zo val je veel te veel op in het bos. Straks zien de grote mensen je nog!

Kabouter Hugo had een belangrijke rol. Hij moest in zijn dorp, het dorpje Kastanjewoud, elke dag het aantal giftige Satansboleten tellen. Een witte zeer giftige paddenstoel. Hij hoefde ze niet allemaal te tellen. Alleen boleten van meer dan 12 millimeter groot moest ie noteren in zijn verdoemboekje. Hij deed dit nu bijna een jaar, en het was een belangrijke taak. Elke dag moest hij het aantal rapporteren op het dorpsplein, waar alle minder slimme kabouters aan zijn lippen hingen. En Kastanjewoud was ook een heel sociaal dorp! Voor mensen die hem niet goed konden verstaan, had men een speciale gebarenkabouter geregeld. Deze kabouter Wapper kon met zijn handen precies uitbeelden wat kabouter Hugo zei. Helaas was er voor anderssprekende kabouters geen oplossing. Die bleven jammer genoeg verstoken van de kostbare informatie.

Het werd stilletjesaan lente in Kastanjewoud, en het aantal Satansboleten liep elke week voorzichtig terug. Nog een paar maanden en dan kon kabouter Hugo van zijn verdiende zomerreces gaan genieten. Hij was er aan toe. Lekker de hele dag wijntjes drinken en cake bakken met paddenstoeltjes. Even een week of acht geen gezeik meer aan zijn kop van kabouterkoning Mark.

Maar goed, zover was het nog niet. Tot overmaat van ramp, ging de boletenteller van het buurdorp Beukenburg ook nog eens verhuizen, en moest ie van kabouterkoning Mark ook nog eens de boleten in Beukenburg gaan tellen. Hij had niet meer genoeg aan 1 verdoemboekje. Hij moest zelfs een dikker verdoemboekje kopen om alle boleten minutieus te kunnen administreren. Hij had het druk. Erg druk. Het bleek dat ie zelfs twee keer zoveel satansboleten telde. Dat had hij niet verwacht. Hij begreep niet hoe het kon dat het nu dubbel zoveel paddenstoelen waren geworden.

Toen hij opdracht kreeg van Koning Mark om ook de boleten onder de 12 millimeter te tellen, hebben ze hem bewusteloos aangetroffen onder zijn zeven verdoemboekjes. Het aantal was hem allemaal te veel geworden.

Zo eindigde de carrière van kabouter Hugo op de gesloten afdeling van Huize Wilgenrust, waar ie zijn dagbesteding vindt in de henneptuin van kabouter Nederwiedewiet. Eind goed al goed, toch?